Wet BIBOB

In 2003 is de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet BIBOB) in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk om vergunningen of subsidies te weigeren of in te trekken als er een (serieuze) dreiging is van misbruik door criminelen.

Met de wet wordt beoogd te voorkomen dat via de overheid onbedoeld criminele activiteiten worden gefaciliteerd. In de interdepartementale cannabisbrief uit 2004 worden gemeenten aangespoord om de Wet BIBOB te gebruiken om de integriteit van coffeeshophouders te beoordelen. Dat is alleen mogelijk indien de gemeente aan coffeeshophouders krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening vergunningen of verloven verstrekt. De Wet BIBOB kan niet worden ingezet indien aan de coffeeshophouder alleen een gedoogverklaring wordt verleend.

Op de internetsite van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lezen we:

Coffeeshops nemen een bijzondere positie in, omdat het gaat om het gedogen van strafbaar handelen. De handel in softdrugs is nog altijd een strafbaar feit en wordt onder bepaalde voorwaarden (minimaal de AHOJG-criteria) toegestaan. Het gaat hierbij om de verkoop van kleine hoeveelheden cannabis, maar ook om de aanvoer van cannabis.

Er is dus bij een coffeeshop altijd sprake van het plegen van strafbare feiten en dus ook van een BIBOB-weigeringsgrond. Het toepassen van een BIBOB-weigeringsgrond is niet verplicht en het is ook niet de bedoeling de weigeringsgronden op deze feiten toe te passen. Gemeenten hebben al de mogelijkheid om een nulbeleid te voeren en kunnen andere instrumenten, zoals de wet Damocles, gebruiken bij de handhaving. BIBOB moet worden beschouwd als toets van de integriteit van de coffeeshophouder en niet om een extra mogelijkheid te hebben om lokaal coffeeshopbeleid vorm te geven. BIBOB is vooral belangrijk om te voorkomen dat vergunning verleend wordt aan coffeeshophouders die financiële banden met criminele organisaties onderhouden”.

Top