Strafrechtelijke handhaving

Wat staat je te wachten als je hennep teelt en je wiettuintje wordt door de politie ontdekt?

Moet je de politie toestemming geven om je woning te betreden?
Het antwoord op deze vraag is “nee”! Als je de politie vrijwillig toestemming geeft je woning te betreden doe je afstand van je recht op privacy. In een eventuele strafzaak zal de strafrechter er dan in de regel van uitgaan dat je woning rechtmatig door de politie is betreden. De inbeslagneming van je hennepplanten is daarmee in de regel rechtmatig. Als je de politie niet vrijwillig toestemming geeft je woning te betreden, zal de rechter moeten onderzoeken of er ten tijde van het binnentreden bij de politie voldoende verdenking was om tegen jouw wil je woning te betreden. Soms wordt de verdenking ter zake van hennepteelt door de politie onvoldoende “opgeplust”. Dat kan ertoe leiden dat er sprake is van een vormverzuim, dat gevolgen kan hebben voor de afloop van de strafzaak tegen je.

Mag de politie je woning tegen je wil betreden?
Artikel 9 van de Opiumwet geeft de politie de mogelijkheid een woning tegen de wil van de bewoner te betreden als daarin een overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of redelijkerwijze wordt vermoed dat zodanige overtreding wordt gepleegd. Als de politie zich tegen de wil van de bewoner de toegang tot de woning verschaft is het binnentreden niet beperkt tot de voordeur. De politie mag zich ook doorgang en toegang verschaffen tot die ruimten in het pand, waar de overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat deze daar wordt gepleegd. Een hulpofficier van justitie kan aan een politieambtenaar een schriftelijke machtiging tot binnentreden afgeven. De ambtenaar moet de bewoner deze machtiging tonen. Ook moet hij zich legitimeren en het doel van zijn binnentreden duidelijk kenbaar maken aan de bewoner. Na het zien van de schriftelijke machtiging moet je meewerken. Maak in dat geval steeds duidelijk dat de woning dat je weliswaar meewerkt, maar dat je geen toestemming geeft. Dat doe je door bijvoorbeeld te zeggen: “ik heb gezien dat u bevoegd bent, maar u betreedt mijn woning tegen mijn wil”.

Mag de politie je woning zonder toestemming van een rechter doorzoeken bij een vermoedelijke Opiumwetovertreding?
Artikel 9 van de Opiumwet geeft geen bevoegdheid tot het doorzoeken van een woning. Doorzoeking is meer dan “zoekend rondkijken”. Denk hierbij aan het openen van kasten en lades. Soms overhandigt de politie je een formulier waarin je door ondertekening daarvan schriftelijk toestemming verleent tot het verrichten van een doorzoeking in je woning. Bedenk je dat de politie dan rechtmatig je hele woning volledig op de kop mag zetten en overal in mag rondsnuffelen.

De Hoge Raad heeft op 25 mei 20041 uitgelegd wat niet onder doorzoeking wordt verstaan. Citaat: “Zoekend rondkijken en inbeslagneming in woning. Het door forceren van een ruit aan de achterzijde van de woning en meerdere deuren in de woning de toegang tot dat pand en tot de daarin aanwezige ruimten verkrijgen, en daar vervolgens hennepplanten in beslag nemen die daar zijn aangetroffen door zoekend rondkijken, is geen doorzoeking. De duur van het verblijf in de woning (4 uren) vindt zijn verklaring in de inbeslagneming van het aanzienlijke aantal aangetroffen hennepplanten en van apparatuur”.

Geen aanhouding maar wel een verhoor
Soms besluit de politie na ontdekking van een hennepkwekerij in een woning niet tot aanhouding van de bewoner(s) over te gaan, maar deze in de woning te verhoren. De politie informeert iedere verdachte voorafgaand aan het verhoor over het zwijgrecht. Als je verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit hoef je geen enkele vraag die de politie je stelt te beantwoorden. Je hebt het recht om alleen je personalia en je adres te vertellen en er voor het overige volledig het zwijgen toe te doen.

Aanhouding gevolgd door overbrenging naar het politiebureau voor verhoor
De politie is bevoegd de betrapte hennepteler mee te nemen naar “een plaats van onderzoek”. In de praktijk brengt de politie de aangehouden verdachte ten spoedigste naar een bureau van politie. De politie dient de aangehouden verdachte duidelijk te informeren over de reden van zijn/haar aanhouding. Aan het bureau worden de personalia van de verdachte genoteerd. De verdachte wordt door de politie verhoord. Voorafgaand aan dat verhoor heeft de aangehouden verdachte het recht een advocaat te spreken. De verdachte wordt door de politie op dat recht gewezen. Een verdachte kan maximaal gedurende zes uren worden opgehouden voor verhoor. Let op, de tijd tussen 24.00 uur en 09.00 uur wordt daarbij niet meegerekend. Het is dus niet verstandig om je na 18.00 uur vrijwillig te melden voor een verhoor. Tenzij je op zoek bent naar (gratis) onderdak.

Onder verhoor wordt verstaan alle vragen die de opsporingsambtenaar aan de verdachte stelt betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit. Het vragen van de personalia van de verdachte valt niet onder het verhoor. Voorafgaand aan het verhoor wordt door de opsporingsambtenaar aan de verdachte duidelijk gemaakt dat deze niet tot antwoorden is verplicht. Je hoeft als verdachte geen enkele vraag te beantwoorden. Het afleggen van een spontane bekentenis is niet verstandig. In de meeste situaties is het na een aanhouding verstandig niets te zeggen over het feit waarvan je wordt verdacht. Vraag voorafgaand aan je verhoor advies aan een advocaat. Het is zelfs mogelijk dat een advocaat aanwezig is tijdens je verhoor. Verhoorbijstand van aangehouden verdachten kan in de meeste gevallen gratis worden verleend.

Hoe werkt een verhoor?
De politieman of vrouw die het verhoor afneemt zal proberen een persoonlijk contact met je te maken. Ter inleiding wordt een sociaal verhoor afgenomen. Daarbij wordt gevraagd naar je relatie, je opleiding, je beroep, je hobby’s en naar je financiële situatie. Zo komt een goed gesprek op gang en wordt het steeds moeilijker om op de rem te trappen. Wie A zegt, zegt vaak ook B. Vaker worden wij gebeld met de vraag: “ik moet mij melden bij de politie voor het afleggen van een verklaring. Wat moet ik dan zeggen?“. Het antwoord is standaard: “u moet niks. U mag verklaren, maar bent daartoe niet verplicht”. Vele verdachten voelen zich in een verhoor volstrekt ten onrechte min of meer gedwongen om vragen te beantwoorden. In NRC Handelsblad van 31 oktober 2008 is een artikel geplaatst met de titel: ”Altijd zwijgen – meer toga-tv uit de VS”. Ik citeer uit deze krant:“Dat een college rechtsgeleerdheid spannend en onderhoudend kan zijn laat de snel sprekende professor James Duane zien van Regent University School of Law School in Virginia. Hij legt uit waarom de burger altijd en op àlle vragen van de politie moet zwijgen. Niets wat je zegt kan ooit in je voordeel zijn. Zelfs het meest onschuldige antwoord kan justitie al helpen om op de zitting iedere burger er als een leugenaar te laten uitzien. Duane is een voormalige strafpleiter die zeer overtuigend is. Het is een opname tijdens een college; daarna volgt een politieman die zijn perspectief uitlegt. Ook niet slecht. Dit college is ook te volgen voor niet-juristen. Duane’s voordracht duurt een half uur, maar is iedere minuut waard”.

Inverzekeringstelling voor 3 x 24 uur
De (hulp)officier van justitie kan bepalen dat de verdachte langer op het bureau moet blijven dan de zes uur voor verhoor. De verdachte wordt dan in verzekering gesteld. Inverzekeringstelling kan plaatsvinden indien:

  • Het voor het onderzoek nodig is dat de verdachte langer op het bureau blijft voor verhoor;
  • De beslissing tot inverzekeringstelling is genomen door de hulpofficier van justitie;
  • Hij de verdachte voor hij die beslissing nam heeft verhoord;
  • Het feit waarvan de verdachte wordt verdacht volgens de wet voorlopige hechtenis toestaat (bijvoorbeeld een drugsdelict).

Toetsing van de inverzekeringstelling door de rechter-commissaris
Uiterlijk 3 dagen en 15 uur na de aanhouding wordt de verdachte naar de Rechter-commissaris gebracht en door deze gehoord. De rechter-commissaris is een onafhankelijke rechter die werkt voor de rechtbank. De rechter-commissaris bepaalt of de inverzekeringstelling terecht heeft plaatsgevonden.

Inverzekeringstelling en advocaat
Na de inverzekeringstelling wordt een advocaat aangewezen die de verdachte gratis rechtsbijstand zal verlenen. Dit is een onafhankelijke advocaat die op dat moment (piket) dienst heeft. De politie neemt contact met de advocaat op. De verdachte kan ook zelf een advocaat kiezen. In bepaalde gevallen zal ook de door de verdachte gekozen advocaat kosteloos rechtsbijstand verlenen. Dit is afhankelijk van uw inkomen en vermogen. De verdachte doet er goed aan hierover in het eerste gesprek met de advocaat te spreken.

Voorlopige hechtenis
Na de inverzekeringstelling kan de Officier van Justitie bij de Rechter-commissaris van de rechtbank de bewaring vorderen van de verdachte. Hiervoor moeten er “ernstige bezwaren” aanwezig zijn dat de verdachte het strafbaar feit waarvan hij wordt verdacht, heeft begaan. Tevens moet er een grond bestaan (de wetgeving kent 4 gronden). In Opiumwetzaken kan dat gaan om bijvoorbeeld een “onderzoeksgrond” of het “gevaar voor herhaling”. Het bevel bewaring geldt voor een duur van maximaal 14 dagen. De verdachte die in bewaring wordt gesteld wordt overgebracht van de politiecel naar een huis van bewaring.

Als na afloop van de bewaring voortduring van de voorlopige hechtenis is vereist kan de Officier van Justitie bij de raadkamer van de rechtbank de gevangenhouding van de verdachte vorderen. De gevangenhouding kent een duur van maximaal 90 dagen.

De dagvaarding
Na het vooronderzoek door de politie wordt door de Officier van Justitie een dagvaarding uitgebracht waarin een verdachte wordt opgeroepen om voor de Politierechter of meervoudige strafkamer te verschijnen. Naast overtreding van de Opiumwet wordt vaak diefstal van stroom, witwassen en/ of deelname aan een criminele organisatie ten laste gelegd.

Verblijft de verdachte in voorlopige hechtenis, dan ontvangt de advocaat automatisch een kopie van de dagvaarding. Is de verdachte op vrije voeten, dan dient deze zelf een advocaat te raadplegen. Het is altijd belangrijk om tijdig met de advocaat overleg te voeren over de dagvaarding. Middels de dagvaarding kan de advocaat ook het dossier opvragen waarop de tenlastelegging is gebaseerd. Aan de hand van het dossier kan de advocaat controleren of alle wettelijke regels zijn gevolgd. Tevens is in het dossier informatie te vinden over de aanleiding van het onderzoek.

Strafbare feiten

Hennepstekken
Hennep wordt veelvuldig geteeld voor de winning van marihuana (wiet). De teelt van cannabis ziet op het gehele productieproces. Dit betekent van stekje tot wiet. Niet alleen de teelt van wiet, maar ook de teelt van hennepstekken behoort tot de strafbare cannabisteelt. Ook de handel in hennepstekken is strafbaar. Dit geldt ook voor hele kleine stekken, die gewoonlijk nog relatief weinig werkzame stof (THC) bevatten. Ieder deel van de hennepplant, waaraan de hars niet is onttrokken, valt onder de werking van de Opiumwet. Dit ongeacht het THC-gehalte van de plant.2

Beroeps- en bedrijfsmatige teelt
Bij de opsporing ligt de prioriteit bij de beroeps/bedrijfsmatige teelt. Bij de vaststelling van hetgeen beroeps/bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren een rol:

  • de schaalgrootte van de teelt (d.w.z. de hoeveelheid planten);
  • het soort perceel waarop geteeld wordt;
  • gebruik van teeltapparatuur (belichting, verwarming, bevloeiing, etc.);
  • de rol van de verdachte: is er bijvoorbeeld sprake van het gedurende langere tijd investeren in hennepteelt.

De richtlijnen maken duidelijk dat in de ogen van justitie al zeer gauw sprake is van professionele hennepteelt. Het is de rechter die uiteindelijk bepaalt of sprake is van beroeps- en bedrijfsmatige teelt.

Teelt voor uitsluitend eigen gebruik
In geval van teelt van niet meer dan 5 planten wordt in beginsel aangenomen dat sprake is van niet beroeps/bedrijfsmatige teelt. Teelt door minderjarigen behoort steeds te leiden tot een strafrechtelijke reactie.

In geval van teelt van niet meer dan 5 planten volgt bij ontdekking politiesepot met afstand. De teler dient bij ontdekking dus wel zo snel mogelijk afstand van zijn hennepplanten te doen! Doet de verdachte teler dat niet dan riskeert hij strafvervolging en bestraffing.3

De teler van niet meer dan vijf hennepplanten die wel tijdig afstand van zijn planten had gedaan, kwam er diezelfde dag bij hetzelfde Hof beter vanaf. Citaat uit inhoudsopgaaf van het arrest4:

Gedoogbeleid. Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de strafvervolging ter zake van het telen c.q. aanwezig hebben van niet meer dan vijf hennepplanten en 2180 gram hennep, nu aangenomen moet worden dat de losse hennepproducten van diezelfde planten afkomstig zijn”.

Uit de recente jurisprudentie van de HR blijkt dat de teler voor eigen gebruik die het teeltresultaat van vijf planten in zijn bezit heeft – bijvoorbeeld 2 kg hennep – ook door het gedoogbeleid wordt beschermd. In dat geval geldt dus niet de situatie dat slechts het bezit van 5 gram hennep wordt gedoogd. Dat de grotere hoeveelheid dan 5 gram afkomstig is van teelt voor eigen gebruik van maximaal 5 planten dient wel aannemelijk gemaakt te worden!

Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van deze jurisprudentie de richtlijnen aangescherpt. Als bij de teelt voor eigen gebruik technische hulpmiddelen worden gebruikt, mag worden vervolgd.

Strafmaat
Door het College van Procureurs-Generaal zijn richtlijnen opgesteld inzake het opsporings- en strafvorderingsbeleid strafbare feiten Opiumwet. Deze richtlijnen zijn als beleidsregels gepubliceerd op de internetsite van het openbaar ministerie (www.om.nl).

Ook de voorzitters van de sectoren strafrecht van de rechtbanken hebben omwille van de rechtseenheid afspraken gemaakt over de strafoplegging. Deze afspraken zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. In november 2013 zijn de volgende afspraken gemaakt. Citaat:

Art. 3 onder B Opiumwet hennepkwekerijen
LOVS: 15-9-2000, 31-10-2008, 7-12-2011, 22-11-2013
Omschrijving Oriëntatiepunt
a. 50 – 100 hennepplanten 1.000,–
b. 100 – 500 hennepplanten 120 uur taakstraf + 1 maand gs vw
c. 500 – 1000 hennepplanten 180 uur taakstraf + 2 maanden gs vw


Toelichting oriëntatiepunt art. 3 onder B Opiumwet hennepkwekerijen
Het oriëntatiepunt gaat uit van het min of meer bedrijfsmatig of in ieder geval met een zekere professionaliteit kweken van hennepplanten in ruimtes zoals een (woon)huis, loods of andere soortgelijke ruimte met als kennelijk doel de verkoop van de geoogste planten. Het betreft een verdachte die voor dit delict first offender is en die niet in het kader van een georganiseerd verband handelt. Uitgangspunt bij hantering van deze oriëntatiepunten is dat het financieel voordeel is/wordt ontnomen en dat apparatuur is/wordt verbeurdverklaard en/of onttrokken aan het verkeer.

Dit oriëntatiepunt ziet niet mede op de diefstal van elektriciteit.

Het oriëntatiepunt ziet op het aantal planten van één oogst. Als meerdere oogsten zijn tenlastegelegd en bewezenverklaard, kan navenant hoger worden gestraft.

Algemene richtlijn voor alle oriëntatiepunten
Als de rechter van oordeel is dat kan worden volstaan met een werkstraf geldt het volgende uitgangspunt: 1 dag gevangenisstraf staat in verhouding tot 2 uur werkstraf met een maximum van 240 uur.

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
Naast het opleggen van een straf wordt het voordeel dat met de teelt is behaald ontnomen. Dat is in de ogen van de wetgever geen straf maar een maatregel. De rechter dient eerst vast te stellen dat de teler de Opiumwet heeft overtreden. Als de rechter het vervolgens aannemelijk acht dat de veroordeelde hennepteler hiermee voordeel heeft behaald, mag hij dit voordeel op basis van een schatting vaststellen.

In de praktijk wordt de ontnemingsbeslissing door de hennepteler als een veel zwaardere “straf” ervaren dan de straf in de hoofdzaak. Bij een hennepkwekerij van enige omvang loopt het becijferde voordeel al gauw in de tienduizenden euro’s. Wordt zo’n vordering toegewezen, dan houdt dit vaker in dat de hennepteler de rest van zijn bestaan de hete adem van het CJIB6 in zijn/haar nek voelt.

Is er derhalve een ontnemingsvordering ingesteld, dan is kundige rechtsbijstand niet alleen verstandig maar ook noodzakelijk. Op het gebied van voordeelsontneming bij hennepteelt is ons kantoor specialist.

Bij de ontdekking van hennepteelt zal de politie proberen vast te stellen of de teelt tot enig voordeel heeft geleid. De politieambtenaar die de kwekerij betreedt, gaat vaak volgens een vast stramien te werk. Citaat uit een standaard proces-verbaal:

Door mij/ons, rapporteur(s), is ten tijde van het ontmantelen van de hennepkwekerij

getracht vast te stellen of er aanwijzingen waren die er op duidden dat er een eerdere

oogst is geweest in de ontmantelde hennepkwekerij. Door mij, rapporteur, is het

navolgende gebleken (aankruisen wat van toepassing is):

Er lag dik stof op:

{ } de kappen van de armaturen van de assimilatielampen

{ } het stoffilter van de koolstofcilinder

{ } de aanwezige elektra

{ } het rotorblad van de ventilator

{ } de kachel

overig

{ } Er zat kalkaanslag op het materiaal van het irrigatiesysteem;

{ } Er was afval aanwezig:

{ } Hennepafval op de grond

{ } Hennepafval in zakken

{ } Hennepaanslag op de aangetroffen schaartjes

{ } De schaartjes stonden in vloeistof

{ } Er was oude aardeafval in zakken / potten

{ } Er werden gebruikte lege potten aangetroffen

{ } Er was afval aanwezig in de vloeistofbak

{ } Er waren lege voedingsflessen aanwezig

Overig

{ } Er zijn notities of er is een agenda aangetroffen waaruit een eerdere oogst blijkt

(bijvoegen)

{ } Er is gedroogde hennep aangetroffen

{ } Er zijn droogrekjes met oud hennepafval aangetroffen

anders (hier omschrijven)”

Voor de schatting van de winst die is behaald met de teelt van hennep wordt gebruik gemaakt van een standaard berekening. Klagen over het gebruik van deze standaardberekening heeft alleen zin als overtuigend aannemelijk kan worden gemaakt op grond van welke feiten en omstandigheden de standaardberekening in een bepaalde zaak niet van toepassing is. De Hoge Raad keurt het gebruik van een gestandaardiseerde berekening niet af, zo blijkt uit het arrest van 1 april 2008.7

Citaat uit inhoudsindicatie arrest:

Profijtontneming. Conclusie AG over de gemiddelde opbrengst per plant van 28.2 gram, ontleend aan het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, uitgave van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie” van april 2005. HR: 81 RO”.

Door de voorzitters van de sectoren strafrecht zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop zal worden omgegaan met ontnemingsvorderingen bij hennepteelt. Citaat:

Art. 36e Sr berekening opbrengst hennepteelt

LOVS: 19-9-2008, 30-1-2009

Omschrijving

a. Bij het berekenen van het behaalde wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt dient als uitgangspunt te worden genomen de werkelijke opbrengst die de specifieke hennepkwekerij in de voorliggende casus heeft behaald.

b. Als uit het dossier en het overigens verhandelde ter zitting het werkelijk behaalde voordeel niet is vast te stellen, wordt een verantwoorde schatting gemaakt van het wederrechtelijk behaalde voordeel.

c. Als uit het dossier en het overigens verhandelde ter zitting de details van de hennepkwekerij blijken (waaronder met name het aantal planten per vierkante meter), dan kan aan de hand van het BOOM-rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht; Standaardberekening en normen” een redelijk nauwkeurige berekening van de geschatte opbrengst (gewicht) per hennepplant worden gemaakt.

d. Indien deze details (en met name het aantal planten per vierkante meter) niet bekend zijn, wordt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van een opbrengst van 28,2 gram hennep per hennepplant.

e. Bovenstaande laat onverlet dat het onderzoek ter terechtzitting mogelijk tot een andere uitkomst leidt.

Het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie uit april 2005 bevat de standaardberekening en normen. Dit rapport is per 1 november 2010 geactualiseerd. In het rapport worden de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Update 1 november 2010

Overzicht standaardberekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht.

De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een hennepkwekerij bestaat uit de onderstaande bouwstenen. Bij de berekening zal zoveel mogelijk uitgegaan moeten worden van de tijdens het onderzoek bekend geworden werkelijke gegevens. Slechts indien deze werkelijke gegevens ontbreken kunnen de bij de bouwstenen genoemde normen gebruikt worden. Achter elke norm is aangegeven op welke pagina informatie over de samenstelling van de norm te vinden is.

A. Opbrengst

De volgende bouwstenen bepalen de totale opbrengst:

1. De periode van hennepkweek zal aannemelijk gemaakt moeten worden aan de hand van uit het onderzoek verkregen gegevens (p. 6).
2. Het aantal oogsten is het aantal weken in de vastgestelde periode gedeeld door de kweekcyclus. De kweekcyclus bedraagt 10 weken (p. 7).
3. Het aantal planten wordt gesteld op het aanwezige aantal planten tijdens de ontmanteling van de kwekerij (p. 8).
4. De opbrengst hennep in grammen is afhankelijk van het aantal planten per m2 als in onderstaande tabel (p. 10); indien het aantal planten per m2 niet bekend is, zal uitgegaan worden van 15 planten per m2, de mediaan uit het verrichte onderzoek, en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram per plant.

Planten per m2 Opbrengst per plant Planten per m2 Opbrengst per plant Planten per m2 Opbrengst per plant Planten per m2 Opbrengst per plant
12345678

9

10

34,333,933,533,132,732,231,831,4

30,9

30,5

1112131415161718

19

20

30,029,629,128,628,227,727,226,7

26,2

25,7

2122232425262728

29

30

25,124,624,123,523,022,421,921,3

20,8

20,2

3132333435363738

39

40

19,619,018,417,917,316,716,115,5

14,9

14,2

5. De opbrengst hennep in geld bedraagt € 3.280,- per kilogram ofwel € 3,28 per gram (p. 12).

B. Kosten
De volgende bouwstenen bepalen de totale kosten:

1. De afschrijvingskosten van de investeringen zijn, afhankelijk van het aantal planten per oogst, als in onderstaande tabel (p. 17):

Aantal planten Afschrijvingskosten
per oogst in €
0-199 150,-
200-299 200,-
300-399 250,-
400-499 300,-
500-599 350,-
600-699 400,-
700-799 450,-
800-899 500,-
900-1.000 500,-

2. De inkoopprijs van de stekken bedraagt € 2,85 per stek (p. 19).
3. De overige variabele kosten (kweekmedium, water en voedingsstof) bedragen € 3,33 per plant (p. 22).
4. Elektriciteitskosten worden alleen in mindering gebracht indien aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk betaald zijn (p. 23). Als kosten worden genomen:

    • indien illegaal afgenomen: de niet betaalde kosten berekend door het energiebedrijf (exclusief administratiekosten etc. in rekening gebracht door het energiebedrijf en exclusief de in rekening gebrachte energiekosten voor de in beslag genomen oogst);
    • indien legaal afgenomen: de berekening door het energiebedrijf of, indien deze berekening niet voorhanden is, een kostenpost per lamp per oogst zoals opgenomen in onderstaande tabel (p. 25):
Wattage lamp Afgerond per oogst per lamp
400 € 100,00
600 € 140,00
1.000 € 220,00

5. De kosten voor knippers worden alleen in mindering gebracht indien aannemelijk is dat niet zelf of door middel van een knipmachine geknipt is en aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk betaald zijn. De kosten bedragen dan € 2,- per plant (p. 26). Indien aannemelijk is dat gebruik is gemaakt van een knipmachine kan per plant € 0,21 in mindering worden gebracht (p. 26).
6. Huisvestingskosten worden alleen in mindering gebracht indien ze niet ook al voor legale doeleinden zijn gemaakt (p. 27).

Voetnoten:

1 LJN: AO6419, Hoge Raad, 01992/03.

2 Hoge Raad 31 mei 1994, NJ 1994, 674 en Hof Den Bosch 5 juli 2004, NJ 2004, 445.

3 De Hoge Raad heeft het arrest van het Gerechtshof te Den Bosch van 17 december 2008, LJN: BG7139 op 26 april 2011, LJN: BP1275 in stand gehouden.

4 Hof Den Bosch 17 december 2008, LJN: BG7141 en Hoge Raad 26 april 2011, LJN: BO4015.

5 gs = gevangenisstraf, ov = onvoorwaardelijk.

6 Centraal Justitieel Incasso Bureau.

7 LJN: BC8581, Hoge Raad, 01199/07 P.

Top