Column

Titel: Verzekeringsplicht in gedoogland

Geschreven door: André Beckers

Als mensen tegen betaling voor een ander overeengekomen werkzaamheden verrichten, spreken we over een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst. Dit is het geval als sprake is van:
  • 1. een gezagsverhouding (d.w.z. de baas heeft zeggenschap over de werknemer. De baas bepaalt de omvang en de aard van de werkzaamheden en de tijden waarop deze dienen te worden verricht);
  • 2. loon (d.w.z. de baas betaalt salaris voor het verrichten van de opgedragen werkzaamheden);
  • 3. persoonlijke arbeidsverrichting (d.w.z. het staat de werknemer niet vrij zich door een ander te laten vervangen. De werknemer is verplicht persoonlijk de opgedragen werkzaamheden te verrichten).
Indien sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is er tevens sprake van verzekeringsplicht. De werkgever is dan verplicht zijn werknemers te verzekeren tegen bepaalde sociale risico’s zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Hoe zit dit nu als de baas met zijn werknemer afspreekt werkzaamheden te verrichten, die op zichzelf structurele overtreding van de Opiumwet opleveren? Is de werknemer die vanuit een gedoogde coffeeshop in opdracht van zijn baas (een coffeeshophouder) hashish en wiet verkoopt verplicht verzekerd? In juridisch opzicht is dit een interessante vraag, omdat overeenkomsten die in strijd zijn met een duidelijke strafwet nietig zijn. Met andere woorden, deze komen rechtens niet tot stand. In Nederland is de contractsvrijheid een groot goed. In beginsel mag je met een ander afspreken wat je maar wilt. Deze vrijheid is echter niet onbegrensd. Een ieder zal aanvoelen dat het niet mogelijk moet zijn om een rechtsgeldig contract met een huurmoordenaar te sluiten. We zien dan vreemde taferelen voor ons. Welke vordering leg je aan de civiele rechter voor als de huurmoordenaar ondanks de duidelijke opdracht zijn doel mist, of nog gekker uit gewetensnood contractsbreuk pleegt. Kun je dan nakoming vorderen? Neen, dat kan natuurlijk niet. En wel omdat overeenkomsten die strijd opleveren met de openbare orde of de goede zeden nietig zijn. De overeenkomst wordt in dat geval geacht niet tot stand te zijn gekomen. De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State is in sommige gevallen de hoogste bestuursrechter. Coffeeshophouders die de gedwongen sluiting van hun coffeeshop aanvechten, komen hier in de laatste instantie terecht. Deze Afdeling stelt bij het beoordelen van geschillen telkens voorop dat coffeeshophouders structureel de Opiumwet overtreden. Omdat zij voortdurend de Opiumwet overtreden en hierbij slechts lokaal worden gedoogd, komt hen slechts in beperkte mate rechtsbescherming toe.
De burgemeesters van bijvoorbeeld Bergen op Zoom en Den Haag waren volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State rechtens bevoegd coffeeshophouders -die reeds vele jaren hun coffeeshop probleemloos exploiteerden!- tot sluiting te dwingen, omdat de burgemeesters tot een vermindering van het aantal gedoogde coffeeshops wilden komen en hiertoe achteraf afstandscriteria invoerden. Voor verplichte schadecompensatie bestond volgens de Afdeling geen grond, omdat de coffeeshophouder er als wetsovertreder niet op mag vertrouwen dat hij tot in de lengte der dagen wordt gedoogd. Zeer harde taal dus. Bij consequente toepassing van deze redenering zal de werknemer in de coffeeshopbranche er niet beter vanaf komen. De werknemer die immers bewust kiest voor een baantje als dealer van softdrugs moet evenals zijn werkgever leren leven met de vervelende consequenties van een zeer fragiele gedoogstatus. Diverse rechtbanken oordeelden in navolging van de Afdeling dat de Opiumwet nog steeds springlevend is en dat de handel in softdrugs strijd oplevert met de openbare orde en de goede zeden. In sociale zekerheidsvraagstukken treedt echter niet de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, maar de Centrale Raad van Beroep als hoogste bestuursrechter op. Het bestuursrecht is verbrokkeld. De Centrale Raad van Beroep kiest een heel andere benadering dan de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State.
Op 21 februari 2002 oordeelde de Raad, dat de verkoop van softdrugs in een gedoogde coffeeshop is toegestaan, althans niet tot strafvervolging kan leiden, zodat de verkoop van softdrugs in een gedoogde coffeeshop niet in strijd is met de openbare orde. Als creatief jurist slaag ik er in deze uitspraak technisch te verklaren. Als bestuurskundige begrijp ik er echter niets van. Hoe is het mogelijk dat “de hoogste bestuursrechter” in het ene geval de strafwaardigheid voorop stelt, zodat de coffeeshophouder feitelijk vrijwel geen recht van spreken heeft en in het andere geval de gedoogstatus gebruikt om de Opiumwet buiten werking te stellen, teneinde de werknemer te beschermen? Waarom worden beiden niet gelijkelijk beschermd? Een logische volgende vraag is of ook de niet gedoogde werkzaamheden aan de “achterdeur” van de coffeeshop tot verzekeringsplicht kan leiden. De rechtbank te Middelburg oordeelde onlangs dat de niet gedoogde werkzaamheden aan de achterdeur (zoals het inkopen, versnijden en vervoeren van softdrugs) onlosmakelijk zijn verbonden met de gedoogde werkzaamheden aan de voordeur (de verkoop van softdrugs). Zonder inkoop geen verkoop, dus ook in dat geval verzekeringsplicht! Dit liberale standpunt zal aan de Centrale Raad van Beroep worden voorgelegd.
Of het standpunt van de rechtbank te Middelburg in stand blijft, is nog een vraag. De Centrale Raad van Beroep heeft namelijk op 28 februari 2002 geoordeeld, dat werknemers in een wietkwekerij niet verplicht verzekerd zijn. Hennepkwekers verrichten volgens de Centrale Raad van Beroep namelijk willens en wetens werkzaamheden, die ingevolge de Opiumwet verboden zijn en die aanleiding geven tot strafvervolging. In dat geval kan de werknemer geen aanspraak maken op sociale zekerheid. Ook de werkzaamheden aan de achterdeur van de coffeeshop leiden met grote regelmaat tot strafvervolging. De vraag is dan ook of hier –met het oog op het belang van premieheffing- een andere redenering toegepast zal worden. De Centrale Raad is hiervoor creatief genoeg. Zuiverder zou het zijn als dit geneuzel voor eens en altijd wordt opgelost. Legaliseer de voor- en de achterdeur van de coffeeshop en iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Dat wat met de prostitutie is gelukt moet toch zeker ook lukken met de coffeeshops?

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden