Column

Titel: Henneptelers zwaar gestraft

Geschreven door: André Beckers

Aan het telen van hennep wordt door justitie steeds zwaarder getild. Bij het opsporen van hennepteelt wordt steeds vaker gebruik gemaakt van opsporingsmethoden zoals het aftappen van telefoongesprekken, het volgen van auto’s, video-observaties, het gebruik van thermische camera’s en het plaatsen van plaatsbepalingsapparatuur onder auto’s. De kans dat een wietteler wordt opgespoord neemt toe.
Dat aan het kweken van wiet tegenwoordig grote strafrechtelijke risico’s zijn verbonden, ondervonden recentelijk enkele henneptelers. Ik beschrijf in deze column de strafzaak tegen een growshophouder. Zoals in ieder growshop het geval is, werd ook in deze growshop gehandeld in kweekapparatuur, die gewoonlijk wordt gebruikt bij de teelt van wiet. Volgens de Officier van Justitie zou in de growshop ook sprake zijn geweest van handel in hennepstekken. Het kwam er in feite op neer dat de growshophouder niet alleen de hennepplanten en de kweekmaterialen leverde, maar ook regelde dat de kwekerijen werden opgezet door verschillende mensen bij elkaar te brengen. Deze “vriendendiensten” werden door justitie geplaatst in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. De maximumstraf op overtreding van dit artikel bedraagt voor de “deelnemer” zes jaar en de “bestuurder” zelfs acht jaar! Van een criminele organisatie kan al sprake zijn als twee mensen structureel en duurzaam samenwerken met het oog op het plegen van misdrijven. De growshophouder werd verweten, dat hij zich op een bedrijfsmatige en professionele wijze heeft bezig gehouden met hennepkwekerijen, en daarbij bovendien gebruik heeft gemaakt van andere personen, “welke zich vaak in een kwetsbare maatschappelijke positie bevonden”. Denk aan de bijstandsmoeder en de arbeidsongeschikte. De man werd in verband gebracht met een vijftal aangetroffen hennepkwekerijen. De kleinste kwekerij had een omvang van 280 planten, daarna volgden kwekerijen met een omvang van 772, 800, 808 en 2130 hennepplanten. In een pand werd ongeveer 1180 gram hennep aangetroffen. In dat pand zouden ook een keer 200 planten zijn geknipt. In een van de panden was de kwekerij door een brand ontdekt. Toen het pand in brand stond kwam de vrijwillige brandweer om het vuur te bestrijden. Vraag me niet waarom, maar vaststaat dat deze het vuur met water begon te blussen, terwijl de stroom niet was afgeschakeld. Mij is in de politiepraktijk altijd opgevallen dat professionele spuitgasten eerst de hoofdschakelaar van elektriciteit en gas afsluiten en daarna pas aan het blussen slaan. Hoe het ook zij, in deze zaak zagen de brandweermannen een vonkenregen ontstaan toen zij met het water op elektriciteitsleidingen – waar nog spanning op stond – spoten. Gelukkig was de afstand van waaraf werd gespoten zo groot dat niemand gewond raakte. Een ter plaatse aanwezige medewerker van het stroombedrijf kon dit gestuntel niet aanzien. Hij draaide de hoofdschakelaar om waarna het gevaar voor elektrocutie van de brandweer was geweken.
Uit later onderzoek bleek dat de stroom die nodig was voor de hennepkwekerij werd gestolen. De stroommeter werd omzeild, en de in de meterkast aanwezige hoofdzekering zou volgens de politie door de wijze van aansluiting niet goed hebben kunnen functioneren. In het pand werd geen technisch onderzoek naar de oorzaak van de brand verricht, zodat de oorzaak van de brand niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Door de politie werd aangenomen dat de brand was ontstaan tengevolge van de wijze waarop de stroominstallatie was gemanipuleerd. De Officier van Justitie bracht dit in de dagvaarding tot uitdrukking. Door een “stoornis in de werking van de meterkast te veroorzaken” zou een brandgevaarlijke situatie zijn ontstaan. Als een woning afbrandt ontstaat vaak ook gevaar voor de belendende percelen. In dit specifieke geval zouden de brandweerlieden tijdens het blussen bovendien ernstig gevaar hebben gelopen, omdat de veiligheid van de stroominstallatie was ondermijnd. De rechtbank rekende de man de gevaarzetting zwaar aan. Na een eis tot het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren veroordeelde de rechtbank de man tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. De growshophouder en de Officier van Justitie zijn in hoger beroep gegaan. De een vindt de straf te hoog en de ander te laag. De zaak zal nu binnen enkele maanden opnieuw door het Gerechtshof worden behandeld. Ondertussen zit de growshophouder al vanaf het begin van dit jaar in een cel. De tijden dat mensen kunnen roepen dat het telen van wiet wel meevalt zijn echt voorbij. Als je wiet teelt moet je de veiligheid hoog in het vaandel hebben staan. Als een pand door een hennepkwekerij afbrandt, neemt de kans op een forse gevangenisstraf toe.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden