Column

Titel: Het recht om te zwijgen

Geschreven door: André Beckers

Iemand die er door de politie van wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd, heeft het recht om te zwijgen. Hij hoeft de vragen die hem tijdens een verhoor worden gesteld niet te beantwoorden en hoeft niet te reageren op feiten en conclusies die hem door de politie worden voorgehouden. Mag de rechter het stilzwijgen van de verdachte als bewijs tegen hem gebruiken? De Hoge Raad heeft op 1 juni 2004 geoordeeld dat “de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet tot het bewijs kan bijdragen”. Deze rechtsregel lijkt heel duidelijk. Toch is de praktijk weerbarstiger.
Een anonieme informant meldde bij de politie dat in een door hem aangeduide woning vuurwapens zouden liggen. De bewoner zou ook flink handelen in wiet en daarbij worden geholpen door vrienden en familie. Op basis van de Wet Wapens en Munitie werd de bewuste woning door de politie betreden. Deze bijzondere wet geeft de politie een zeer ruime bevoegdheid. De aangeduide woning mag namelijk niet alleen worden betreden, maar zelfs zonder voorafgaande rechterlijke goedkeuring worden doorzocht. Tijdens de doorzoeking trof de politie op diverse plekken in de woning bijna 50 kilo wiet aan. Ook vond de politie een tweetal vuurwapens, munitie en een handgranaat. Verder trof de politie een grote digitale weegschaal en stapels losse papiertjes met daarop handgeschreven aantekeningen en berekeningen aan. Tijdens het onderzoek in de woning werden door de politie foto’s gemaakt van de inboedel, de aanwezige audio installatie en sieraden. De man was volgens de politie de enige echte eigenaar van een dure personenauto, die op naam stond van een familielid. Gesteld werd dat er sprake was van onverklaarbare luxe. De bewoner werd aangehouden en voor verhoor ingesloten in de politiecel.
Vermoeden
Tijdens de verhoren bekende hij wapens voorhanden te hebben gehad en wiet opzettelijk aanwezig te hebben gehad. De politie analyseerde alle aangetroffen notities en kwam op basis daarvan tot de conclusie dat de man gedurende vier jaar een ruime 2.300 kilo wiet moet hebben verhandeld. Een aantekening met bijvoorbeeld de tekst “9600 WW x 6000 = 57600” werd op basis van gesprekken met coffeeshophouders “vertaald” als een transactie van 9,6 kilo White Widow tegen een prijs van NLG 6.000 per kilo. De politie merkte hierbij op dat “in het wietwereldje nog vaak in guldens in plaats van euro’s wordt gerekend”. Wat de politie tijdens de verhoren ook probeerde, de man legde geen enkele verklaring af over de aangetroffen aantekeningen en het vermoeden dat hij zich schuldig had gemaakt aan drugshandel. Hij bleef zich telkens beroepen op zijn recht om te zwijgen. De aangetroffen aantekeningen leverden een fraai vermoeden van drugshandel op, maar viel dit vermoeden te bewijzen? Er was geen enkele verkooptransactie vastgesteld. Er was geen enkele getuigenverklaring over de handel in wiet. De informatie van de anonieme getuige(n) mocht door de rechter niet als bewijs worden gebruikt. Uit niets bleek dat de aantekeningen daadwerkelijk zagen op verkooptransacties van wiet. Ook bleek uit de aantekeningen niet wie de transacties had verricht. De aantekeningen waren duidelijk door meerdere mensen geschreven. Ook een ander dan degene waar de aantekeningen zijn aangetroffen kan de handelingen hebben verricht. Bovendien stond aanvankelijk niet eens vast dat de afkortingen betrekking hadden op wiet.
Hoge Raad
Tijdens zijn rechtszaak zette de man uiteen dat hij werkzaam was geweest in een growshop. De in zijn woning aangetroffen weegschaal gebruikte hij om in de schuur van zijn woning voeding af te wegen. Hij maakte afgewogen mengsels van zogenoemde A en B voeding. De losse aantekeningen had hij van zijn werk meegenomen en her en der in zijn woning neergelegd. Hij wist niet waar de aantekeningen betrekking op hadden en wilde daar verder geen vragen over beantwoorden. De rechtbank gaf zich niet gewonnen en bleef hameren op de aantekeningen. Of de man misschien wist waar de afkorting PP betrekking op kon hebben. Toen hij antwoordde dat dit mogelijk betrekking kon hebben op de wietsoort Purple Power toverde de strafrechter een glimlachje tevoorschijn. De man werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, omdat de rechtbank bewezen verklaarde dat hij gedurende vier jaren totaal ongeveer 2300 kilo wiet zou hebben verkocht. De bewezenverklaring werd gebaseerd op de aangetroffen wiet, de aangetroffen notities en weegschaal, de aangetroffen luxe en op de weigering van de verdachte om een verklaring af te leggen. Volgens de rechtbank had de verdachte een plausibele verklaring dienen te geven over de aantekeningen (die werden aangeduid als een “soort administratie”). De rechtbank oordeelde dat de man met zijn wiethandel wederrechtelijk winst had genoten. Hij moet een bedrag van ruim 830 duizend euro aan de Staat der Nederlanden betalen. Tegen het vonnis werd vergeefs hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof lijkt met de rechtbank van mening te zijn dat het in de beschreven situatie op de weg van de verdachte ligt om de op de aangetroffen notities gebaseerde beschuldiging te ontzenuwen. De vraag of deze redenering strijd oplevert met de rechtsregel dat een verdachte het recht heeft om te zwijgen zal ter beantwoording aan de Hoge Raad worden voorgelegd.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden