Column

Titel: Over coffeeshops en handelsvoorraden

Geschreven door: André Beckers

In de politiek is de afgelopen maanden vaker gedebatteerd over de “achterdeur” van de gedoogde coffeeshop. Een groot deel van de volksvertegenwoordiging wil de teelt van wiet ten behoeve van de verkoop in de coffeeshop als gedoogde activiteit mogelijk maken. Dat klinkt prachtig, maar wat levert dit de coffeeshophouder concreet op? In deze column sta ik stil bij de dagelijkse praktijk. Wat overkomt coffeeshophouders als zij worden betrapt op het aanhouden van een voorraad cannabis van meer dan 500 gram? Hierna zal ik zowel de strafrechtelijke, de bestuursrechtelijke als de fiscaalrechtelijke invalshoek beschrijven.
De strafrechtelijke aanpak
De handel in cannabis is op grond van de Opiumwet verboden. Om te voorkomen dat de politie moet optreden tegen de wetsovertreding in coffeeshops zijn landelijk gedoogregels opgesteld. De zogenoemde “AHOJG criteria”. Indien het gemeentebestuur een coffeeshop gedoogt, gelden in ieder geval de navolgende gedoogregels: A: geen affichering. Dit betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; H: geen harddrugs. Dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden in een coffeeshop; O: overlast. Onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidhinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; J: jeugdigen. Geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang aan jeugdigen tot een coffeeshop. Gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar; G: groothandel. Geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie. Per persoon mag per dag maximaal 5 gram cannabis worden verkocht. De voorraad mag niet meer dan 500 gram cannabis bedragen.
Koerier
Als een gedoogde coffeeshop deze regels naleeft, blijft strafrechtelijk optreden achterwege. De coffeeshophouder en zijn personeel kunnen echter alleen ín de coffeeshop een beroep doen op deze gedoogregels. Als buiten de inrichting van een gedoogde coffeeshop een hoeveelheid cannabis wordt aangetroffen, valt deze niet onder de werking van het gedoogbeleid. De koerier die tegen betaling de handelsvoorraad van 500 gram cannabis op peil houdt en die buiten de coffeeshop bij een politiecontrole tegen de lamp loopt, kan daarom een straf opgelegd krijgen. In de praktijk heeft de strafrechter al meerdere malen in zijn vonnis duidelijk gemaakt dat de gedoogstatus alleen van toepassing is op handelingen die zich binnen een coffeeshop afspelen. Met regelmaat lopen coffeeshophouders en/of hun personeelsleden tegen de strafrechtelijke lamp. Het betoog dat deze activiteiten door de belastingdienst en de uitvoeringsinstanties van de werknemersverzekeringen worden beschouwd als zijnde niet in strijd met de wet, de openbare orde of de goede zeden baat dan helaas niet. Ondanks het feit dat coffeeshophouders over het salaris van hun koeriers loonbelasting en sociale premies moeten afdragen, handhaaft de strafrechter onverbiddelijk de Opiumwet. Soms komt in de strafmaat wel begrip voor deze uiterst paradoxale situatie naar voren. De straf blijft in deze gevallen dan ook meestal beperkt tot een geldboete en/of een geheel voorwaardelijke veroordeling. Bij wijze van uitzondering toont de strafrechter zelfs zo veel begrip dat hij een rechterlijk pardon uitspreekt. In andere gevallen toont hij minder begrip en worden werkstraffen opgelegd.
Verschillen in aanpak
Toch wringt deze praktijk. Er bestaan bovendien grote verschillen in aanpak. Recent stond ik een tweetal coffeeshophouders bij waarvan de achterdeur was ontdekt. In het ene geval ging het om ongeveer 90 kilo en in het andere geval om ongeveer 40 kilo. Beide coffeeshophouders werden na verhoor door de politie niet heengezonden, maar in verzekering gesteld voor de duur van drie dagen. In beide gevallen vorderde de Officier van Justitie een bevel bewaring voor de duur van 14 dagen. In het geval van de 90 kilo oordeelde de Rechter- Commissaris dat de volksgezondheid niet in gedrang was nu we te maken hadden met een coffeeshophouder die dagelijks gedoogt cannabis verkoopt. In het tweede geval stelde de Rechter-Commissaris de man in bewaring voor de duur van veertien dagen, omdat hij na heenzending met zijn handelen de volksgezondheid in gevaar kon brengen. Het feit dat de coffeeshop van deze man gedurende zijn verblijf in de cel gewoon geopend was, bracht geen verandering in het standpunt van deze strafrechter. Na zestien dagen in de cel te hebben doorgebracht verscheen de coffeeshophouder bij de raadkamer van de rechtbank. De Officier van Justitie vorderde een gevangenhouding voor de duur van maximaal 90 dagen, maar had er geen bezwaar tegen als de man vanwege een problematische thuissituatie zou worden geschorst. De raadkamer verleende een bevel gevangenhouding, maar ging akkoord met schorsing van de voorlopige hechtenis.
Conclusie
Beide coffeeshophouders moesten zich verantwoorden ter terechtzitting van een Politierechter. In het geval van de 90 kilo betrof het een coffeeshophouder die vaker de Opiumwet had overtreden. De Officier van Justitie eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, maar de stafrechter legde een werkstraf voor de duur van 240 uur op. In de tweede situatie betrof het een man met een blanco strafblad. Op de terechtzitting ontmoette hij een Officier van Justitie en een Politierechter die begrip toonden voor zijn situatie. De politierechter beperkte de straf tot de duur van het reeds ondergane voorarrest (16 dagen). In de krant verscheen een artikel over de eerlijke ondernemer die een keer de fout was ingegaan. Dat klinkt heel mooi, maar feit is dat de man geheel onverwacht zestien dagen in een cel heeft doorgebracht. De conclusie is duidelijk. Een coffeeshophouder en zijn personeel kunnen niet ongestraft een voorraad cannabis van meer dan 500 gram aanwezig hebben. Uitsluitend bij de aanwezigheid van niet meer dan 500 gram in een coffeeshop (dus niet daarbuiten!) blijft strafrechtelijk optreden achterwege.
De bestuursrechtelijke aanpak
Als in een gedoogde coffeeshop de gedoogregels worden overtreden, kan de burgemeester daartegen optreden door toepassing van bestuursdwang. Meestal in de vorm van een (tijdelijke) sluiting van de zaak. Als in een coffeeshop een handelsvoorraad cannabis van meer dan 500 gram wordt aangetroffen, kan daartegen bestuurlijk worden opgetreden. Maar hoe zit dit nu als de voorraad zich niet in de coffeeshop bevindt maar daarbuiten? In de “Paarse drugsnota” komt de totstandkoming van de strafrechtelijke AHOJG-criteria naar voren. In deze nota lezen we: “De OM-richtlijn zal worden aangepast in die zin dat geen gerichte opsporing plaatsvindt indien exploitanten van coffeeshops zich aan de gemeentelijke en strafrechtelijke voorwaarden houden en in dat verband in die coffeeshop een voorraad van maximaal enkele honderden grammen in bezit hebben”. De parlementaire geschiedenis maakt volgens mij duidelijk dat de regelgever zich op de coffeeshop (het gebouw) heeft geconcentreerd. Eerder maakte ik al duidelijk dat justitie strafrechtelijk mag optreden tegen de aanwezigheid van cannabis buiten een coffeeshop. Keerzijde is dat de burgemeester zich bestuursrechtelijk dient te beperken tot de handelingen in de coffeeshop.
Functionele binding
Ik wijs ter verduidelijking op een uitspraak van de Rechtbank Almelo 17 april 2001. Het gaat in deze zaak over een te Enschede gevestigde coffeeshop. In die gemeente luidt gedoogcriterium 6 van het coffeeshopbeleid als volgt: “Geen handelsvoorraad van meer dan 500 gram. Dat houdt in dat in de inrichting waarin de coffeeshop is gevestigd, in totaal nooit meer dan 500 gram softdrugs aanwezig mag zijn”. Ook hier zien we dat de inrichting centraal staat. Alle ruimten die vanuit deze inrichting zijn te bereiken worden tot de coffeeshop gerekend. Dat betekent dat een niet gedoogde handelsvoorraad niet veilig kan worden opgeborgen in de kelder of het magazijn van een coffeeshop. Ook de bovenetage van een coffeeshop, die van binnenuit bereikbaar is, wordt tot de lokaliteit gerekend. Nieuw is dat sommige burgemeesters zich ook bevoegd achten een coffeeshop te sluiten als de handelsvoorraad in een heel ander pand wordt aangetroffen. De redenering is dan dat de plek waar de voorraad zich bevindt een technische -, organisatorische – of functionele binding heeft met de coffeeshop. De burgemeester van Hengelo sloot een coffeeshop omdat buiten deze coffeeshop een voorraad van meer dan 500 gram was aangetroffen. De redenering hield op 16 juli 2003 stand bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Almelo. Naar mijn mening getuigt deze uitspraak van onvoldoende kennis van de ontstaansgeschiedenis van het gedoogbeleid. De Rechtbank te Middelburg heeft recentelijk een oordeel uitgesproken waarin naar voren komt dat de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang pas aan de orde komt indien de niet gedoogde Opiumwet overtreding in de coffeeshop of daarbij behorende erven wordt gepleegd. Over enkele maanden moet de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als hoogste bestuursrechter duidelijkheid verschaffen. Terwijl politici debatteren over het gedogen van de productie van cannabis lopen coffeeshophouders nog steeds het risico dat hun zaak wordt gesloten als hun handelsvoorraad ergens wordt aangetroffen. Meerdere coffeeshophouders verleggen om deze reden de achterdeurproblematiek naar een vaste leverancier.
De fiscaalrechtelijke aanpak
In de zomer van 2004 werd in de media veel aandacht besteed aan de wijze waarop de belastingdienst en andere overheidsinstanties omgaat met zogenoemde “vrijplaatsen”. Vooral het op de Vinkenslag door de belastingdienst gehanteerde afwijkende heffingstarief werd breed uitgemeten in de media. De politiek reageerde mede op initiatief van burgemeester Leers van Maastricht met de bekende daadkracht. Er werd een plan opgesteld waarmee een einde moet worden gemaakt aan de bijzondere behandeling van vrijplaatsen. Ik citeer het kabinet: “Het gedogen van vrijplaatsen is niet meer van deze tijd. Dit kabinet wil meer in het algemeen een einde maken aan gedogen”. De belastingdienst stelt dat de handhaving bij vrijplaatsen zich kenmerkt door “het stelselmatig weigeren een administratie te voeren, door intimidatie en geweld, door het niet altijd kunnen rekenen op bijstand van de politie en door het buiten het zicht van de fiscus houden van activiteiten en verhaalsobjecten”. Dit heeft geleid tot een zekere terughoudendheid bij het heffen en innen van belastingen. Ondanks het feit dat we in de brief van Staatssecretaris Wijn lezen dat “bij coffeeshops sprake is van regulier heffings- en invorderingsbeleid”, wordt de coffeeshopbranche in verband gebracht met de hiervoor genoemde terughoudendheid. Integrale samenwerking van de belastingdienst met onder andere politie en justitie en een duidelijke en structurele aanpak moeten hierin verandering brengen.
Orde op zaken
Met een algemene werkinstructie zijn de ambtenaren van de belastingdienst op pad gestuurd om orde op zaken te brengen. Coffeeshophouders worden door de belastingdienst bezocht en de hele gang van zaken binnen het bedrijf wordt schriftelijk in de vorm van rapportages vastgelegd. De belastingambtenaren zijn verplicht wetsovertredingen door te melden aan politie en justitie. Als de belastingambtenaar een voorraad van meer dan 500 gram aantreft, wordt dit aan de politie gemeld. Dit zelfde geldt voor het doen van inkopen van meer dan 500 gram. Gelet op de bestaande bestuursrechtelijke onzekerheid voor wat betreft de gevolgen van het aanhouden van een handelsvoorraad van meer dan 500 gram buiten een coffeeshop is dit doormelden voor sommigen een linke zaak. De belastingdienst is gevraagd meer duidelijkheid te verschaffen over hun doormeld beleid.Ondertussen is voorzichtigheid geboden.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden