Column

Titel: “Slachtoffer van het systeem”

Geschreven door: André Beckers

Op een normale werkdag in mei 2007 liep de buurtbrigadier van politie van een Eindhovense wijk de infowinkel binnen waar hij spreekuur hield. In zijn postvak vond hij een enveloppe met daarin een brief van een onbekende afzender. De tekst van de brief luidde (letterlijk) als volgt: “Sorrie dat ik mijn naam niet kan noemen maar hoogstwaarschijnlijk is op de X-laan een kwekerij aan de gang, die door (voor) de wet verboden is”. Naar aanleiding van deze brief informeerde de politieman naar de bewoners van de bewuste woning. Hem bleek dat op het aangeduide adres een man en vrouw samenwoonden. Beiden van een leeftijd van in de twintig. Navraag naar deze personen leverde op dat beiden een positie als bedrijfsleider bij een coffeeshop vervulden. Hiermee was volgens oom agent in ieder geval “enige betrokkenheid met hennep aangetoond” en was daardoor “de mogelijkheid” aanwezig, dat zich in het pand daadwerkelijk een hennepkwekerij zou bevinden. Vervolgens bekeek de politie diverse malen de onlangs aangekochte koopwoning van het jonge stel. Daarbij viel het hun op dat op de bovenverdieping de ramen aan de voor- en achterzijde met behulp van kranten geblindeerd waren. De agent rapporteerde: “nimmer is door mij waargenomen dat een van de ramen op de bovenverdieping openstonden om de woning te luchten”. Voor hem was hiermee duidelijk dat zich in de woning een hennepkwekerij zou bevinden.
Voor een in mijn ogen absoluut niet kritische hulpofficier van justitie vormde de hiervoor vermelde informatie voldoende objectieve feiten en omstandigheden om in redelijkheid te mogen vermoeden, dat in de woning de Opiumwet werd overtreden. Hij gaf om die reden een machtiging af tot het betreden van de woning tegen de wil van de bewoners.
Ruim een maand na de melding ging de Eindhovense politie met drie man sterk naar de woning. Na aanbellen opende de nietsvermoedende bewoner de deur. Hem werd de machtiging tot binnentreden getoond. Tegen zijn wil (dus zonder zijn toestemming!) werd de woning door de politie betreden. Nergens werd een hennepkwekerij aangetroffen. Wel trof de politie op zolder een tafel aan waarop hennep zichtbaar was. Ook zagen zij diverse emmers in de zolderkamer. Sommige emmers waren geopend en anderen gesloten. In de geopende emmers zagen de agenten hennep. De bewoner werd daarop gevraagd of hij een toestemmingsformulier wilde ondertekenen voor het doorzoeken van zijn woning. Hij weigerde zijn medewerking hieraan te verlenen. De agenten rapporteerden dat zij hem hoorden zeggen: “je zoekt maar, alleen onderteken ik niets”. (En ja, als de politie zoiets beweert hoe wil je dan achteraf bewijzen dat je dat niet gezegd hebt?) Nadat de woning grondig op de kop was gezet, vertrok de politie met een buit van ruim twintig kilo aan hasjiesj en wiet.
Tijdens zijn verhoor maakte de man aan de politie duidelijk dat hij als bedrijfsleider van een goed lopende gedoogde coffeeshop verantwoordelijk was voor de inkoop van de cannabis en de bevoorrading van de coffeeshop. In deze coffeeshop was nooit meer dan 500 gram aanwezig en werden de gedoogcriteria strikt nageleefd. Maar zo verklaarde hij, die voorraad kun je natuurlijk onmogelijk op peil houden als je nergens anders over een voorraad kunt beschikken. Ondanks het feit dat de agenten een luisterend oor en veel begrip toonden, volgde na enige maanden van wachten een dagvaarding. In februari 2008 moest de bewoner zich verantwoorden voor de Politierechter te Den Bosch. Zoals zo vaak liepen de zittingen weer eens uit. Na ruim een uur op de gang te hebben gewacht was het dan eindelijk zo ver. Met lood in de schoenen liep de man de rechtszaal in. Nadat de zaak in het openbaar was besproken, eiste de Officier van Justitie een werkstraf van 150 uur en 1 maand gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Ik betoogde tijdens mijn pleidooi dat de politie een hennepkwekerij had opgespoord zonder dat hierbij sprake was geweest van het in de wet vereiste “redelijke vermoeden” van schuld. Een hennepkweker plakt de ramen toch zeker niet af met kranten, wie gelooft dat nou? Dan zouden de brandende lampen van buitenaf wel heel eenvoudig te zien zijn! Die kranten pasten toch zeker bij het beeld van een verbouwing, die niet ongebruikelijk is na een recente aankoop van een woning? Bovendien was er door de politie bij de woning geen hennepgeur, geen hoge temperatuur en geen hoog stroomverbruik waargenomen. Aan het feit dat iemand in een coffeeshop werkt, mag je naar mijn mening niet de conclusie verbinden dat hij of zij “dus” mogelijk in zijn woning hennep teelt. De informatie over de werkplek levert in het geheel geen redelijk vermoeden van schuld op dat in de woning de Opiumwet wordt overtreden. Op die gronden mag je niet tegen de wil van de bewoner een inbreuk maken op zijn in internationale verdragen en de grondwet verankerde huisrecht. Ik verwees hierbij naar diverse recente uitspraken die in dezelfde richting wijzen. Ik vervolgde dat je als agent na te zijn binnengetreden in een woning geen doorzoeking mag verrichten. De Opiumwet biedt deze bevoegdheid namelijk niet. Daarvoor moet de Rechter-Commissaris machtiging verlenen. De opmerking “je zoekt maar, alleen ik onderteken niets” kan en mag niet worden aangemerkt als een expliciete vrijwillige toestemming tot het doorzoeken van de woning. Ik vroeg de Politierechter het bewijs terzijde te stellen en de man vrij te spreken. Voor het geval zij dit verweer niet zou willen volgen, wees ik haar erop dat onder andere een ruime 2.000 joints en een emmer met een mengsel van tabak en hasjiesj waren meegewogen en dat het totale gewicht daarvan als cannabis was aangemerkt. Dit terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat een joint slechts ongeveer 0,25 gram aan cannabis bevat en tabak niet strafbaar is. De ten laste gelegde hoeveelheid was om die reden niet juist vastgesteld. Vervolgens wees ik op het uiterst kromme en paradoxale coffeeshopbeleid en verzocht ik de Politierechter als zij tot een veroordeling zou komen een rechterlijk pardon uit te spreken. (Dan wordt je wel schuldig verklaard, maar krijg je geen straf opgelegd.) Ik wees er hierbij op dat de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld, dat ook niet gedoogde werkzaamheden die door personeel aan de zogenoemde achterdeur van de coffeeshop worden verricht, worden aangemerkt als normale rechtsgeldige werkzaamheden. Over de uitbetaalde lonen heft de Staat om die reden op de gebruikelijke wijze belastingen en sociale premies. In het belang van die heffing redeneert de rechter dan als volgt: “deze activiteiten zijn onlosmakelijk verbonden aan de – gedoogde – verkoop van softdrugs in een coffeeshop en worden ook onmiskenbaar verricht ten behoeve van die verkoop.” Met die wetenschap kan de strafrechter op zijn beurt toch zeker uiterst soepel omspringen met de strafoplegging? Voor het geval dit voorstel voor de Politierechter een stap te ver zou zijn, verzocht ik haar een geldboete op te leggen van € 499,–. Ik hield haar hierbij voor ogen, dat daarmee wordt bereikt dat de opgelegde geldstraf de bedrijfsleider niet kan worden aangerekend bij de beoordeling van zijn gedrag in het kader van de vergunningverlening voor de coffeeshop. Geldboeten opgelegd bij overtreding van de Opiumwet ten bedrage van € 500 of meer vormen namelijk een smet op het blazoen van de coffeeshophouder en zijn bedrijfsleiders en kan hun merkwaardigerwijze de vergunning kosten. Ik zeg hierbij vaker gekscherend dat de overheid in paniek raakt als bij onderzoek in het bordeel blijkt dat de dames geen maagd meer zijn. De Politierechter gaf de man aan het einde van de zitting het laatste woord. Hij zei: “ik voel mij hier vandaag een slachtoffer van het systeem”. Zijn gevoel bleek juist. De Politierechter verwierp alle verweren. Zij wilde wel rekening houden met het feit dat de man een coffeeshop exploiteerde. Om die reden legde zij hem een werkstraf op voor de duur van 120 uur en 2 weken gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Zij eindigde met de suggestie dat het misschien beter was om de coffeeshop voorraad voortaan aan te vullen met niet meer dan onsjes cannabis tegelijk. “Ja, mevrouw maar ook dat mag niet. Ook dan blijf ik een slachtoffer van het systeem”……… Wie kan de man tegenspreken?

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden