Column

Titel: De strafzaak tegen Checkpoint

Geschreven door: André Beckers

Op 25 maart 2010 heeft de rechtbank te Middelburg uitspraak gedaan in de strafzaak tegen coffeeshop Checkpoint te Terneuzen. Het vonnis is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Wat leren we uit de Checkpoint zaak? In een notendop samengevat is de rechtbank van oordeel dat Checkpoint de gedoogcriteria voor coffeeshops heeft overtreden door:
voortdurend voorraden cannabis aan te houden van > 500 gram;
cannabis te verkopen aan buitenlanders waarvan redelijkerwijs vermoed kon worden dat deze de aangekochte waar naar het buitenland zouden uitvoeren.
Wat betekent dit vonnis voor andere coffeeshops? Laten we om deze vraag te beantwoorden eerst eens kijken naar de aanleiding voor het onderzoek tegen Checkpoint.
Vaker hoorde ik beweren dat het onderzoek tegen Checkpoint een gevolg zou zijn van de tv-uitzending op 4 mei 2008 door KRO Reporter. In deze uitzending maakte een woordvoerder van Checkpoint duidelijk dat er vanuit de coffeeshop per dag gemiddeld ruim 10 kilogram cannabisproducten werden verkocht. Met het openbaar maken van dit soort informatie roep je strafrechtelijk optreden over je heen, zo hoorde ik vaker.
Stash
Maar wat blijkt uit het dossier? Al ongeveer een jaar voorafgaand aan de tv-uitzending is het strafrechtelijk onderzoek van start gegaan. Aan de bewuste tv-uitzending kan dit dus niet hebben gelegen! Over het hoe en waarom van het onderzoek laat ik de zaaksofficier van justitie zelf aan het woord. Ik citeer uit zijn requisitoir: “Toen bekend werd via informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid, dat er een grote hoeveelheid drugs in coffeeshop Checkpoint zou liggen, is er opsporingscapaciteit vrijgemaakt en is er gestart met het onderzoek Wolvega. Er is toen een korte periode geobserveerd en getapt. Dat heeft geleid tot enig inzicht hoe de coffeeshop werd bevoorraad vanuit de stash. Op de actiedag, 1 juni 2007, hebben er twee doorzoekingen plaatsgevonden. Eén in de stash en in coffeeshop Checkpoint. De coffeeshop is niettegenstaande de forse inbeslagname een dag later weer open gegaan, toen de eigenaar van Checkpoint nog vastzat. De voorlopige hechtenis van hem is door de rechter-commissaris geschorst. Ik heb mij daar niet tegen verzet, omdat ik in de veronderstelling verkeerde, dat hij als gewaarschuwd man nu wel iets zou doen aan de omvang van de shop. Als hij zich al op het vertrouwensbeginsel heeft kunnen beroepen, dan in elk geval niet meer na de eerste inval.
“Achterdeurmedewerkers”
Omdat duidelijk was, dat coffeeshop Checkpoint erg groot was – al snel bleek het aantal klanten weer toe te nemen – en dus over een enorme aanvoer van drugs moest beschikken, met alle criminaliteit van dien, is het OM doorgegaan met het opsporingsonderzoek, nu onder de naam Roden. De hypothese was, dat Checkpoint werkte onder of samenwerkte met een grote criminele organisatie, die voor de aanvoer van de drugs zorgde. We hebben ons geprobeerd te richten op de aanvoer van de drugs, dus op de leveranciers. Dat heeft ook geleid tot deelonderzoeken op leveranciers.
Allengs werd duidelijk, dat geen grote criminele organisatie de drugs aanleverde, maar dat (de medewerkers van) Checkpoint zelf een criminele organisatie vormde(n). Checkpoint had zogenaamde achterdeur-medewerkers in dienst. Deze gingen de boer op en zorgden voor de aanvoer. Er werd aanvankelijk ook gebruik gemaakt van een chauffeur”
.
Na de eerste inval in juni 2007 luisterde de politie ongeveer elf maanden lang alle telefoongesprekken van Checkpoint af en werd stelselmatig geobserveerd. Dit om de leverancier(s) van de cannabis te kunnen ontdekken. Op 20 mei 2008 vond een tweede inval plaats waarbij op vele plaatsen doorzoekingen werden verricht. De criminele organisatie achter de schermen waarnaar justitie zo lang zocht bleek eenvoudigweg niet te bestaan.
Kan een coffeeshophouder zijn coffeeshop in overeenstemming met de gedoogcriteria bevoorraden?
De officier van Justitie en de rechtbank te Middelburg zijn van mening dat een coffeeshop niet gedwongen wordt om in strijd met de Opiumwet te handelen bij het bevoorraden van zijn coffeeshop. Denkt de magistratuur hierbij soms aan bevoorrading door een soort Sinterklaas? Neen, niet eens. De coffeeshophouder moet een leverancier van cannabis zien te vinden, die de waren in de coffeeshop op afroep aflevert. De coffeeshophouder mag de opslag en bevoorrading niet zelf in beheer nemen. Ook mag de coffeeshophouder niet al te nauwe banden onderhouden met zijn cannabisleverancier(s), want anders kan sprake zijn van strafbaar medeplegen. De conclusie is duidelijk. De coffeeshophouder moet er in de ogen van de magistratuur voor zorgen dat anderen “vuile handen” maken. Alsof we aan de bordeelhoudster de voorwaarde zouden stellen dat ze het bordeel alleen maar mag runnen als ze zelf maagd blijft.
De heer Cruijff
Ben je als coffeeshophouder dan veilig als de cannabis door een ander wordt aangeleverd? Daar kan geen garantie voor worden verstrekt. De rechtbank drukt dit als volgt uit: “Aan de levering aan de achterdeur wordt door justitie geen prioriteit gegeven als een coffeeshop zich aan de gedoogverklaring houdt en de overlast en omvang beperkt is”.
Maar hoe kun je nou weten of de omvang en de overlast in de ogen van justitie beperkt (genoeg) is? Daar is open communicatie voor nodig en die ontbrak in de Checkpoint zaak. Ook in de andere gemeenten zie ik overigens hoogstzelden dat het Openbaar Ministerie met coffeeshophouders overleg voert. Dat laat men in de regel over aan de gemeente en de politie, zodat de Officier van Justitie zich nooit gebonden hoeft te achten. Vrijheid blijheid voor justitie en onzekerheid voor de coffeeshophouder dus. De onzekerheid neemt toe als je in het vonnis van de rechtbank leest dat er geen normen gelden voor de omvang van een coffeeshop. Dat soort normen worden kennelijk van geval tot geval onzichtbaar bepaald. De rechtbank heeft dit aspect wel meegewogen bij de beoordeling van de ernst van de feiten. Ik citeer de rechtbank:
“De officier van justitie heeft ter zitting een en andermaal uitgelegd dat hij tot vervolging heeft besloten omdat Checkpoint te groot was geworden . Daarmee wordt in de zaak van Checkpoint de ernst van de strafbare feiten niet gerelateerd aan de handel in softdrugs, zijnde de strafbare feiten zelf, maar aan de omvang van de handel. “Wat niet mag, mag een beetje wel, maar veel niet”, concludeert de rechtbank in een variant op de cryptische uitspraken van de heer Cruijff die door de procespartijen in het geding zijn ingebracht. De groei naar ontoelaatbare grootte als mede redengevend voor de vervolging relativeert naar het oordeel van de rechtbank de ernst van de ten laste gelegde strafbare feiten op zich”.
Belastingdienst
Een ander aspect hierbij dat bespreking verdient, is de fiscale praktijk. De belastingdienst gelooft er namelijk helemaal niets van als een coffeeshophouder gebruik maakt van de diensten van (een) vaste leverancier(s) en zelf geen cannabis in voorraad houdt. De reden hiervoor is glashelder. Als een leverancier wordt ingeschakeld, stijgt de inkoopprijs en daalt dus de brutowinstmarge. De belastingdienst ontvangt dan minder belasting en dat vindt men niet acceptabel. Het inschakelen van een leverancier ziet de belastingdienst als een “constructie”. Het is wrang dat onze overheid niet in staat is om met één mond te spreken. Voer je als coffeeshophouder uit wat de ene dienst wil, dan wordt je dit tegengeworpen door de andere dienst.
Verkoop van cannabis aan buitenlanders
In Maastricht geldt de regel dat de coffeeshophouder geen toegang mag verlenen aan “niet ingezeten” van Nederland. Omdat dit verbod in het bijzonder de buitenlander treft en het maken van onderscheid op grond van de nationaliteit volgens onze Grondwet verboden is, heeft de rechtbank te Maastricht deze regeling onverbindend verklaard. De hoofdofficier van justitie deelde schriftelijk aan de Maastrichtse coffeeshophouders mee dat niet strafrechtelijk wordt opgetreden tegen de verkoop aan buitenlanders zo lang er maar niet meer dan 5 gram cannabis per transactie per dag wordt verkocht. Deze brief is overgelegd aan de rechtbank te Middelburg om aan te tonen, dat de aanpak in Middelburg op dit punt duidelijk niet overeenkomt met de aanpak elders in het land.
In Terneuzen geldt echter een aanvullende regel, die is opgenomen in de gedoogverklaring. Deze regel luidt: “Verboden is de verkoop c.q. aflevering van cannabisproducten aan personen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze drugs naar het buitenland zullen uitvoeren”. Na het vaststellen van deze regel liet de gemeente Terneuzen in duidelijke taal aan Checkpoint weten, dat deze regel wegens strijd met de Grondwet niet zou worden gehandhaafd. Desondanks oordeelde de rechtbank te Middelburg, dat deze regel op Checkpoint van toepassing was en dat deze ook is overtreden.
Zorgen?
Moeten andere coffeeshophouders zich nu zorgen maken bij de klein verkoop van cannabis aan buitenlanders? Ik meen van niet. Hierbij wijs ik er op dat de regel zoals deze in Terneuzen is vastgesteld niet in andere gemeenten geldt. Zelfs in Terneuzen wordt de regel selectief toegepast. Onlangs stond de tweede in Terneuzen gevestigde coffeeshophouder terecht bij de rechtbank in Middelburg. Ook hij verkocht volop tot maximaal 5 gram aan buitenlanders. Hem werd in dit verband geen strobreed in de weg gelegd.
Zowel het Openbaar Ministerie als Checkpoint heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. De tweede ronde zal dienen bij het Gerechtshof te Den Haag. Wordt vervolgd dus…

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden