Column

Titel: Gekker moet het niet worden!

Geschreven door: André Beckers

Vrijheid van meningsuiting en cannabis
Al geruime tijd besteedt de pers veel aandacht aan coffeeshops. Dat is begrijpelijk nu het kabinet heeft aangekondigd de coffeeshops harder aan te zullen pakken. De media brengen coffeeshops met regelmaat met naam en toenaam in beeld op de nationale tv. Niet zelden wordt dan even vastgelegd hoe iemand in een coffeeshop hasj of wiet koopt en dit vervolgens rookt. Dan weet de kijker in een oogopslag waar het over gaat. Dat betekent wel dat de (ook minderjarige) kijker van het journaal op zo’n moment ongevraagd wordt geconfronteerd met de verkoop van cannabis en het gebruik ervan. Mag dat?
Documentairemakers gaan in de regel nog een stapje verder. Om de praktijk van het coffeeshopbeleid in beeld te brengen, moet je niet alleen klanten filmen die cannabis kopen en consumeren. Dat is namelijk slechts een deel van het verhaal. Om een compleet beeld te scheppen moet je dan ook laten zien hoe een coffeeshophouder zijn cannabis inkoopt. Dan film je bijvoorbeeld ook een illegale inkooptransactie en laat je zien hoe een coffeeshophouder ergens in een achterkamertje stiekem ter bevoorrading van zijn coffeeshop gripzakjes vult met hasj en wiet. Terwijl je dit filmt vraag je de coffeeshophouder uit te leggen wat hij doet en waarom hij dat doet. Ook film je dan de illegale teelt van wiet en laat je zien hoe dit in zijn werk gaat. Voor veel kijkers is dit een soort openbaring. Ze zien dan een “drugswereld” die ze niet kennen en vaak ook niet willen kennen. Opnieuw de vraag. Mag dat?
Terwijl je aan de ene kant ziet dat de media de verkoop van cannabis en het gebruik ervan probleemloos in het journaal, het internet en de krant tonen, zie je aan de andere kant dat bladen bijna bang zijn om een coffeeshop in beeld te brengen. Ook coffeeshophouders zelf durven nauwelijks te vermelden dat ze bestaan. Ik zal uitleggen hoe dat komt.
Ongeoorloofde reclame
In Amsterdam vervolgde het Openbaar Ministerie coffeeshophouders voor het maken van ongeoorloofde reclame. Artikel 3b, lid 1, van de Opiumwet luidt: “elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in art. 2 of art. 3 te bevorderen, is verboden”.
In september 2010 oordeelde het Gerechtshof te Amsterdam in hoger beroep dat het begrip ‘openbaarmaking’ uitsluitend een verbod op de openlijke aanprijzing van drugs behelst. De verbodsbepaling beoogt “het aansporen tot en het aanmoedigen van het gebruik van drugs” te ontmoedigen. Dat betekent dat de enkele openlijke vermelding van het woord coffeeshop (al dan niet met gegevens als de naam, het logo en/of het (internet)adres ervan, zonder dat daarbij in tekst of beeld enige relatie wordt gelegd met drugs) naar het oordeel van het hof niet kan worden vereenzelvigd met aanprijzing van hetgeen daar te koop is. De conclusie is dat een vermelding van de naam en het (internet)adres van de coffeeshop geen ongeoorloofde reclame inhoudt. Dat is geen verrassend standpunt.
Aanstekers
Al in 2001 maakte de Hoge Raad een veroordeling van een coffeeshophouder in Breda ongedaan. De Politierechter had eerder bewezen verklaard dat sprake was van overtreding van artikel 3b, lid 1, van de Opiumwet aangezien in de coffeeshop 60 (wegwerp) aanstekers met het opschrift “coffeeshop Kingstone Haven 18 te Breda” ter verspreiding voorradig waren. De Advocaat- Generaal bij de Hoge Raad benadrukte dat het maken van handelsreclame kan worden vergeleken met het verdragsrechtelijk gewaarborgd recht van “freedom of expression”. Ook stelde hij zich in die zaak hardop de vraag of de enkele vermelding van het feit dat in een bepaald pand een coffeeshop is gevestigd al een verboden openbaarmaking in de zin van de Opiumwet oplevert. Hij schreef destijds (citaat): “Als die vraag positief moet worden beantwoord zou het aantal misdrijven en overtredingen van de Opiumwet die in Nederland worden gepleegd behoorlijk toenemen, zonder dat daartegen door justitie wordt opgetreden en terwijl deze delicten zeer gemakkelijk zouden zijn op te sporen. Ik betwijfel of het bestanddeel ‘openbaarmaking’ zo ver moet worden opgerekt. Uit de wetsgeschiedenis is duidelijk dat de ratio van artikel 3b van de Opiumwet erin is gelegen het aansporen tot en het aanmoedigen van het gebruik van drugs te ontmoedigen. Dat in coffeeshops soft drugs worden verkocht betekent nog niet dat het zich etaleren als coffeeshop al zo een aansporing bevat. Reclame voor een café houdt volgens mij evenmin per definitie een poging in anderen tot alcoholgebruik aan te zetten”. Als je dit leest moet je concluderen dat van het maken van strafbare reclame voor cannabis niet al te snel sprake is.
Angst
Toch zit de angst er – kennelijk vooral in Amsterdam! – goed in. Amsterdam geniet internationaal grote bekendheid juist vanwege de vele daar gevestigde coffeeshops. Een stad die symbool staat voor vrijheid, maar schijn bedriegt. Zo werden er voor de Cannabis Bevrijdingsdag in totaal 30.000 flyers beschikbaar gesteld. “In het Nederlands en met wietblaadjes en voor Amsterdam in het Engels en met bloemblaadjes”. Gekker moet het niet worden! Dit terwijl je in de meeste Amsterdamse souvenirwinkels t-shirts, klompen en molens voorzien van cannabisbladeren in de etalage ziet liggen. Het streven naar het legaliseren van cannabis is een goed recht. Bij het uitoefenen van dit recht hoef je in een democratie niet bang te zijn om een cannabisblad af te beelden. Vanwaar die angst? Ook de uitgever van een blad, die zijn lezerspubliek informeert en daarmee streeft naar normalisatie van cannabis, moet niet op zijn tenen hoeven lopen. Het strafrecht is in een democratie niet bedoeld om mensen monddood te maken. Gelukkig mag ik blijven schrijven dat het verbod van cannabis volstrekt zinloos is.

Bezoek ons

Paardestraat 29
6131 HA Sittard
Limburg - Nederland

Contact opnemen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel: +31 (0)46 760 0030
Fax: +31 (0)46 760 0039

Openingstijden

Ma – Vr 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag gesloten
Alle rechten voorbehouden © 2018, Beckers & Bergmans Advocaten
Website beheer en onderhoud LinQxx - Beter online gevonden worden