Fiscaalrechtelijke handhaving

Betrapte wiettelers worden vaker bezocht door de Belastingdienst. Soms komt de Belastingdienst met de politie binnen bij de ontmanteling van de hennepkwekerij. Het gebeurt ook dat de Belastingdienst (veel) later komt. Dit op basis van informatieverstrekking door de politie aan de Belastingdienst.

Belastingdienst en Officier van Justitie opereren los van elkaar op grond van eigen bevoegdheden. De opmerking “ik ben toch nog niet veroordeeld door de strafrechter” snijdt bij de Belastingdienst geen hout!

Als je met wiet kweken geld verdient en dit niet aangeeft in je jaarlijkse belastingaangifte wordt je daarvoor bestraft. Een administratieve boete van 50% van het verschuldigde belastingbedrag is daarbij niet ongebruikelijk.

Onderstaand een citaat van de uitspraak van de belastingkamer van de rechtbank te Haarlem van 25 september 20071:

Eiser heeft een hennepkwekerij gedreven, maar geen administratie bijgehouden, terwijl hij wel administratieplichtig was. De inschatting van de inkomsten door verweerder is niet onredelijk. Eiser heeft enkel gesteld geen inkomst te hebben genoten. Daarmee heeft hij onvoldoende tegenwicht geboden aan de gemotiveerde en gedocumenteerde stellingname van verweerder. Er is geen sprake van cumulatie van de boetes.

4.1. Niet in geschil is dat eiser een hennepkwekerij heeft gedreven. Eiser heeft van het uitoefenen van het bedrijf geen administratie bijgehouden, terwijl hij wel administratieplichtig was.

Mitsdien is niet voldaan aan de in artikel 52, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) vervatte verplichting. Ingevolge artikel 27e, onderdeel b, van de AWR dient om deze reden het beroep ongegrond te worden verklaard tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.
4.2. De rechtbank acht, gelet op de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting, niet aannemelijk dat naast eiser ook anderen inkomsten uit de hennepkwekerij hebben genoten. Eisers stelling dat ook anderen als medeverdachten zijn aangemerkt, acht de rechtbank onvoldoende om ook aan die anderen, van wie de rol in de onderhavige hennepteelt niet duidelijk is geworden, inkomsten uit deze hennepteelt toe te rekenen. Verweerder heeft de door hem berekende inkomsten gebaseerd op door hem overgelegde deskundigenrapporten. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit in beginsel niet tot een onredelijke schatting van de door eiser genoten inkomsten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de omvang van met hennepkweek samenhangende inkomsten en kosten, gelet op het verboden karakter van de hennepkweek, zich moeilijk laten inschatten. Niet uit te sluiten valt dat eiser, zoals hij stelt, niet in staat is geweest met de door hem aangeschafte hennepplantjes een oogst te behalen die in omvang en kwaliteit kan worden vergeleken met de oogst van ervaren kwekers. Eiser heeft zich er evenwel toe beperkt bij monde van zijn gemachtigde te weerspreken dat hij enige inkomst heeft genoten. Daarmee heeft hij, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende tegenwicht geboden aan de gemotiveerde en gedocumenteerde stellingname van verweerder. De slotsom is dat het beroep tegen de winstcorrectie ongegrond is”.

Als u in de belastingaangifte openlijk melding maakt van het feit dat u wiet kweekt, moet u er wel rekening mee houden dat de belastingambtenaar al in 1998 tot een echte verklikker is benoemd. Hij of zij is sindsdien verplicht aangifte te doen bij justitie als uit een belastingaangifte blijkt dat de aangegeven inkomsten afkomstig zijn van wietteelt. U kunt als wietkweker een belastingambtenaar dus niet in vertrouwen nemen.

De belastingdienst heft geen BTW over de handel in wiet en hasjiesj. Heffing van BTW over binnen de Europese Unie absoluut verboden zaken (drugs en vals geld) is namelijk niet toegestaan.

Ondanks het feit dat nergens in de Europese Unie de handel in hennepstekken is toegestaan, wordt over deze handel in Nederland wel BTW geheven. De belastingrechter merkt hennepstekken niet aan als verdovende middelen en staat toe dat de belastingdienst het algemene tarief (op dit moment 21%) heft.

De Hoge Raad oordeelde op 3 januari 20012:

Zo al elke lidstaat van de EG, ook indien daartoe genoopt door een of meer internationale verdragen, een invoer- en verhandelingverbod zou kennen ten aanzien van hennepstekken, die, zoals de onderhavige worden geteeld met het oog op verkoop voor productie van een verdovend middel, dan nog kan dit, naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is, niet tot de conclusie leiden dat de onderhavige levering buiten de heffing van de omzetbelasting valt, aangezien, naar het Hof heeft vastgesteld, de hennepstekken zelf geen verdovende middelen zijn en deze ook overigens, zoals uiteengezet in onderdeel 4.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, geen goederen zijn die in zichzelf schadelijk zijn voor de openbare orde, de volksgezondheid of een dergelijk dringend belang, maar verboden zijn in verband met de omstandigheid dat zij geschikt en bestemd zijn voor het voortbrengen van producten waaruit een dergelijke schadelijke stof (een verdovend middel) kan worden gewonnen. Mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 29 juni 1999, zaak C-158/98 (Coffeeshop Siberië), BNB 2000/178, – met name op rechtsoverweging 9 – dient de levering van een dergelijk goed, dat zelf nog geen schadelijk, verboden verdovend middel is, niet van heffing van omzetbelasting te worden uitgesloten. In dit verband wordt opgemerkt dat het hiervóór genoemde verbod van de Opiumwet niet absoluut is in die zin dat daaronder valt elk voorhanden hebben en verhandelen van hennepstekken buiten het strikt gereglementeerde gebruik voor medische en wetenschappelijke doeleinden (onderdeel 4.20 van de conclusie van de Advocaat-Generaal)”.

Ondernemers die handelen in hennepstekken zijn over hun illegale winst Inkomstenbelasting/ Premie volksverzekeringen verschuldigd. Over hun behaalde omzet hennepstekken dienen zij Omzetbelasting (BTW) af te dragen. Omdat geen enkele leverancier een factuur zal uitreiken, wordt de BTW geheven over het bedrag van de omzet (dus zonder rekening te houden met de inkoop).

Sinds 1 januari 1997 is de belastingdienst niet langer neutraal. De belastingdienst heft belastinggelden over inkomsten. Het speelt hierbij geen enkele rol of de inkomsten in strijd met de wet zijn verworven. Aan de kostenzijde is de neutraliteit in de Wet op de Inkomstenbelasting opgeheven.

Om geld te verdienen met het kweken van wiet moet de teler investeren en kosten maken. Kosten zijn aftrekbaar. Om die reden betaalt u alleen belasting over het verschil tussen de behaalde omzet en de daarvoor gemaakte kosten. Voor de wietkweker die netjes belasting heeft betaald en vervolgens onherroepelijk wordt veroordeeld door de strafrechter verandert de boel. Dan accepteert de belastingdienst de kostenaftrek niet meer. U betaalt dan belasting over winst die u niet heeft gehad. Daar komt nog bij dat de euro’s die u in strijd met de Opiumwet hebt verdiend na ontdekking ook door justitie kunnen worden afgepakt. Daaraan verandert volgens de rechtspraak niets als u over de illegale inkomsten netjes belasting hebt afgedragen. Voor alle duidelijkheid. Door belasting te betalen blijft de handelaar in hennepstekken of de teler van wiet na ontdekking geen strafrechtelijke procedure strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bespaard.

Onder de noemer “dubbel genaaid, houdt beter” wordt de betrapte wietkweker steeds vaker zowel strafrechtelijk geplukt als fiscaalrechtelijk aangeslagen. De kweker moet dan zowel de belastingdienst als justitie betalen. Bij de juiste juridische begeleiding kunnen de effecten van deze dubbele aanpak op den duur zoveel mogelijk worden weggenomen. In sommige gevallen kan maatwerk geleverd worden door het treffen van een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst.

Neem contact met ons op over de mogelijkheden.

1 LJN: BB4973, Rechtbank Haarlem, 06/11990, 06/11991 en 06/11992.

2 Zie www.rechtspraak.nl: LJN: AA9242, Hoge Raad, 34781.

Top